Noord Colombia

Nadat Robert vertrokken was bleef ik nog twee dagen in Cartagena alvorens ik verder ging richting Santa Marta. Ik verbleef niet in de stad van Santa Marta, maar in een hostel genaamd El Rio, wat zo’n 35 kilometer uit de stad lag. Het lag dichter bij Palomino dan bij Santa Marta. 

Tayrona

Vanuit dit hostel ging ik de eerste dag naar Tayrona National Park. Dit is een regenwoud waar veel mensen ook een nachtje blijven overnachten. Maar ik had daar niet per se veel behoefte aan en besloot om er gewoon een dagje doorheen te lopen. Mij was geadviseerd om niet de hoofdingang te pakken, maar de tweede ingang, want dat zou een mooiere wandeling zijn. 

Totaal niet voorbereid op een flinke hike kwam ik daar aan op mijn slippertjes en niet genoeg water. En toen begon de wandeling, die zeker mooi was, maar ik merkte ook dat ik verwend begon te raken, want het was ‘gewoon’ een andere jungle. Na een aantal uur lopen kwam ik een local tegen en ik vroeg hem wat verstandig was om te doen. Of ik terug moest keren naar de ingang waar ik naar binnen was gekomen of dat ik naar de andere ingang moest lopen. Want met twee uur zou het donker worden en wilde dan natuurlijk wel weer terug zijn. Hij raadde me aan om door te lopen.

In plaats van een hele relaxte wandeling moest ik behoorlijk doorlopen. En de slippers waren niet fantastisch voor het gladde heuvelachtige terrein en het vele zand. Halverwege kwam ik bij wat stranden aan waar veel toeristen waren, daar kon ik dus ook wat water kopen voor de rest van de wandeling. Uit principe ben ik ook nog snel de zee in gesprongen, maar daarna liep ik gelijk maar weer door. Uiteindelijk was ik op tijd terug met wat gehavende voeten en had ik niet zo’n relaxte wandeling gehad als verwacht.

De dag erop ging ik met het hostel tuben. In tegenstelling tot de vorige keren dat ik ging tuben werd er nu niet heel veel gedronken. Desalniettemin was het wederom wel een leuke bezigheid om te doen. Halverwege het tuben waren er wederom wat activiteiten zoals cliffjumping en een touw waarmee je het water in kon slingeren. Een beetje het standaard recept voor tuben.

Motorrijden door de jungle

Toen ik in de bus zat naar het hostel vanuit Santa Marta kwam ik naast een Nederlander te zitten die daar woonde. Hij vertelde me over een mooie motorroute die gereden kon worden in de omgeving van El Rio hostel. Maar daarvoor moest je wel enige motorervaring hebben want het waren allemaal onverharde wegen. Dat klonk mij wel leuk om te doen. Bij het hostel kon ik een redelijke prima motor huren en ik reed het rondje wat me aangeraden werd. 

Allereerst reed ik naar een waterval die wel ok was, maar niet mega bijzonder. Vervolgens reed ik de weg naar La Cuidad Perdida. Een stadje waar veel mensen in vijf dagen naartoe hiken. Deze route heb ik nog een stukje per motor gedaan, maar volgens mij was dat niet helemaal de bedoeling en ben ik daarom omgekeerd. Op de weg terug nam ik een afslag die me ook meer de jungle in bracht. Naast de mooie uitzichten was de route ook enorm leuk om te rijden. De weg was soms in vrij slechte staat. Daarnaast moest ik de nodige riviertjes door om verder te kunnen.

Onderweg waren enkele kleine dorpjes waar ze nog op een vrij primitieve wijze leven. Na een uurtje of drie kwam ik weer uit bij de gewone weg, vanwaar ik richting Palomino reed. Daar heb ik die dag geluncht en ben ik daarna rustig teruggereden naar het hostel. Motortje volgetankt en ingeleverd en ’s avonds nog wat biertjes gedaan in het hostel. De volgende ochtend vertrok ik richting de woestijn van Colombia.

Cabo de la Vela

’s Ochtends stapte ik op een bus naar Riohacha. De laatste stad alvorens ik naar Cabo de la Vela zou gaan. In de stad nog wat geld gepind en toen met een auto naar Uribia gegaan. En daar moet je dan een 4×4 auto vinden die je naar Cabo de la Vela te brengen. Uribía is tevens de hoofdstad van de Wayuu regio. De enige regio in Colombia waar nog echt inheemse bevolking op traditionele manier leven. Maar ook met afstand het meest arme gebied van Colombia en dat kon je goed zien.

Terwijl ik een aardig tijdje moest wachten op vervoer naar Cabo de la Vela leek het wel alsof op een vuilnisbelt was. Overal lag troep en het was een grote chaos. Kinderen kwamen langs om te vragen of ik ze wat te eten wilden geven. Drie keer moest mijn backpack in een auto geladen worden om hem er later weer uit te halen, want ik ging tóch niet met die auto. En toen het bijna donker werd had ik dan eindelijk vervoer. De meest nette auto die ik daar in al die tijd voorbij had zien komen, dus dat kwam mooi uit.

In de auto zat een man vanuit de regio. Een praatjesmaker die me de hele tijd grappige filmpjes liet zien en vertelde dat ie wel 60 vrouwen had. Maar zijn Spaans was moeilijk om te verstaan, maar gelukkig was er nog een iemand in de auto die vrij goed Engels sprak, die vertaalde het nodige. De praatjesmaker beloofde me 10 van zijn vrouwen. Wel de lelijke zei die, want hij had weer ruimte nodig voor nieuwe mooie. Later begreep ik van iemand anders dat het hebben van meer vrouwen in de regio waarschijnlijk vrij normaal is. Maar 60 zullen het niet geweest zijn.

De jongen die af en toe als vertaler fungeerde vroeg in welk hostel ik zou verblijven en of hij mee mocht. Hij kwam van Bogota en had een vakantie in eigen land. Met Oscar verbleef ik de twee dagen erna in Cabo de la Vela. Hij had zijn Engels bij hemzelf geleerd. En ik kon hem goed gebruiken om mijn Spaans te verbeteren. 

Het hostel waar ik verbleef was wel echt fantastisch. Er was bijna niemand, een dag was ik zelfs de enige, maar dat vond ik wel heel relaxt. Colombia was tot dan toe heel sociaal en druk geweest en had wel weer behoefte aan wat rust. De locatie was een heel groot strand in de woestijn. Waar je binnen een middagje alle bezienswaardigheden wel hebt gezien. Maar ik hing daar gewoon een beetje rond met een kite-instructeur en medewerker van het hostel.

Na het zien van de bezienswaardigheden besloot ik ook om voor het eerst in mijn leven te gaan kitesurfen. Cabo is een van de beste plekken ter wereld om te leren kiten, want het is een baai waar het water heel rustig is en er bijna altijd een hele goede wind is. In totaal had ik 6 uur les gehad over twee dagen. De eerste dag was dan net weer een dag met weinig wind, maar daar kon ik prima oefenen met de kite. De tweede dag had ik maar een doel en dat was daadwerkelijk kiten. De wind was gelukkig goed die dag.

Na een uur op de tweede dag maakte ik dan gelukkig eindelijk mijn eerste run. In de twee uur daarna lukte me dit nog drie keer. Maar ik zat af en toe nog wel te goochelen met de kite. Want mezelf uit het water krijgen lukte redelijk, maar dan vergat ik weer om die kite bezig te houden en zo vaart te houden. Mijn allerlaatste poging was gelukkig de beste. Daar kwam ik mooi het water uit en kon ik in een streep helemaal terug naar het hostel boarden. Mission accomplished. Wil het zeker nog wel een keer doen, maar dat doe ik wel in Nederland. 

Punta Gallinas

Die avond een wekker gezet, want ik moest er om vijf uur uit om naar Punta Gallinas te gaan: het meest noordelijke punt van Zuid-Amerika. Eerst een half uur in een auto en vervolgens werden we als een stel bootvluchtelingen op een klein bootje gepropt en zaten we vervolgens daarmee drie uur op zee. Halverwege bedacht de schipper, die zelf op de motor zat omdat er geen ruimte meer was, dat hij nog moest tanken. Dus al varend op een vrij drukke zee werd een 50 liter tank opgetild, zette iemand zijn mond op een slang om de benzine van de ene tank naar de andere tank te krijgen. Als die grote tank om zou vallen was de schipper de zee in gevallen en het dodemanskoortje hadden ze ook nog nooit gebruikt. 

Maar na drie uur kwamen we dan eindelijk aan op onze bestemming. De meeste deden een dagtoer en gingen direct de buurt verkennen om vervolgens vier uur later weer terug te gaan op de boot. Ik bleef met een Nederlander een nachtje daar slapen. Dus we konden het iets rustiger aan doen. Eerst lunchen, een heerlijke kreeft voor een paar euro en vervolgens werden we opgepikt door twee gasten met een motortje die ons rondreden. 

Het is een gebied waar nog lokale stammen leven. De huizen zien er allemaal uit alsof ze met klei zijn opgebouwd, zoals je het in Afrika verwacht. Allereerst gingen we naar het meest noordelijke punt, wat alleen speciaal is omdat dat het is, maar verder is er niet veel te doen. Vervolgens gingen we nog naar een mooie viewpoint alvorens we naar de echte highlight gingen. Zandduinen die uitmonden in de oceaan. Een mooie plek, zeker omdat er niet heel veel toeristen waren. En het was maar 300 kilometer van Curaçao af, helaas waren er alleen geen boten die er voeren.

De volgende ochtend vroeg gingen we weer terug met de boot. De motor viel drie keer uit onderweg, maar gelukkig was de zee nu wat rustiger en stond de stroming de goede kant op. Daarna werd ik direct teruggebracht naar Uribia, vanwaar ik vervoer regelde naar Riohacha. Geen bijzondere stad, maar vanaf daar vloog ik naar Bogota. Het leukste wat ik in Riohacha gezien heb was een voetbaltoernooitje waar allemaal kinderen Ajax shirtjes aan hadden. 

De volgende ochtend werd ik in Bogota opgepikt door Oscar die ik in Cabo de la Vela had leren kennen. Met hem, zijn vriendin en broer gingen we de stad in. Bleef bij hem slapen en ’s avonds nog redelijk zitten pilsen en geprobeerd om salsa te dansen. Kansloos natuurlijk. Daarna was het tijd voor Curaçao. Familie weer eens zien na een jaar en vooral Nina voor het eerst zien. Had er echt onwijs zin in. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.