Argentijns Patagonië

Patagonië is de naam voor het zuiden van zowel Chili als Argentinië. Nadat we, Bas en ik, de W-trek hadden gedaan in Chili gingen we met de bus naar El Calafate, wat in Argentinië ligt. El Calafate staat bekend om eigenlijk maar één attractie en dat is de Perito Morenogletsjer.

Perito Morenogletsjer

We kwamen aan in El Calafate en we vroegen ons echt af waar we beland waren. Het zag er allemaal wat verpauperd uit. Alle auto’s reden rond met veel schade er was geen fatsoenlijke auto te vinden toen we naar ons hostel liepen. Gelukkig hadden we wel een heel fijn hostel wat netjes was en goede faciliteiten hadden. 

Die middag gingen we de stad in want we wilden een busticket kopen voor de volgende ochtend. Er is een optie om ook de middag te gaan, maar dan zouden we nog een dag in El Calafate moeten blijven, wat we beiden zonde van de tijd vonden. Eenmaal een ticket aangeschaft deden we nog een rondje door het stadje heen. En het is echt zo’n typisch toeristisch stadje wat leeft op een grote attractie. Alles is er voor de toeristen, niks authentieks aan.

De volgende ochtend werden we opgepikt vanaf het hostel en we werden naar de gletsjer gebracht. Onderweg vertelde de gids dat we langs het grootste meer van Argentinië reden. Deze is ooit ontstaan door de gletsjer en het diepste punt was 600 meter. Daarnaast vertelde ze nog dat de Perito Morenogletsjer een van de weinige in de wereld is die niet krimpt, maar ook niet groeit. Dagelijks komst er twee meter ijs bij aan de bovenkant wat de hele gletsjer naar voren drukt, waar het vervolgens weer met geweld afbreekt.

Aangekomen bij gletjser zijn er een aantal korte wandelroutes vanwaar je de gletsjer mooi kan bekijken. En wat een apparaat is die gletsjer, niet normaal. Op z’n hoogste punt steekt et 70 meter boven het water uit, het diepste punt zit 160 meter ONDER WATER. Meer dan 200 meter muur aan ijs! Wat daarnaast ook nog eens 5 kilometer breed is. En dit 2 meter die er aan de voorkant elke keer af valt wordt er bovenaan weer bij geproduceerd. 

Tijdens deze reis heb ik al wel wat gletsjer mogen zien, maar de meesten zijn echt heel schattig vergeleken met de Perito Moreno. Maar de grootte is nog niet eens het meest spectaculaire aan een de gletsjer. Als je gewoon even blijft staren naar de gletsjer dan breken er zo nu en dan brokken af. Allereerst hoor je een enorm geluid en vervolg zie je een stuk ijs afbreken wat met net zoveel geweld in het water valt. Een keer zagen we echt een groot stuk afbreken. Machtige natuur om naar te kijken! Heel vet!

Eenmaal terug in het stadje boekten we gelijk een bus naar El Chalten. De hiking capital van Argentinië. 

El Chalten

We twijfelden nog wel even of we zouden gaan. Bas had na de W-Trek veel last van zijn knie en zag het in eerste instantie niet zitten om er nog andere hikes mee te gaan doen. Uiteindelijk toch besloten om erheen te gaan en in het slechtste geval bleef Bas in het stadje als ik een hike ging doen.

De eerste dag daar regende het aan de lopende band. Dus dat werd een dagje chillen. We begonnen nog nog netjes bij een koffietentje met een koffie en een warme chocolademelk. Wat in Argentinië letterlijk chocola met melk is. Want naast een kop met warme melk krijg je daarnaast een paar stukje pure chocola wat je erin moet gooien. Ze noemen het hier een submarino, oftewel duikbootje. Iets anders dan onze flugel in het bier. Maar na een bakje gingen we over naar het bier. Het zal de submarino zijn geweest die ons op andere gedachten bracht.

Dag twee was iets beter dan de eerste, maar nog steeds niet fantastisch. We besloten wat kleine hikes te doen. Allereerst naar een heuvel vanwaar we de stad konden zien met aan de andere kant het typische Patagonische landschap van heel veel bergen naar totaal vlak landschap en meren. Eenmaal teruglopend naar het dorpje zagen we een nog een handvol condors overvliegen. Heb niks met vogels, maar als ze zo groot zijn worden ze toch wel heel nice om te zien!

Die middag gingen we nog naar een watervalletje. Bas vroeg nog of ie z’n wandelschoenen aan moest doen, maar het zou een simpele wandeling worden, dus was niet nodig zei ik. Was alleen vergeten dat het al dagen met bakken uit de hemel kwam. Dus dan wordt de grond gewoon nat blijkbaar en gras en zand wordt heel zacht en modderig. Al apenkooiend probeerde Bas zijn schoenen droog te houden, totdat we op een punt kwamen waar ie 10 meter moest springen om ze droog te houden.

Aangezien ik mijn wandelschoenen wel aan had waren er drie opties. Of Bas accepteerde natte schoenen, of we gingen terug, of bij mij op de rug. Het werd optie drie want terug was geen optie en natte schoenen is sowieso heel zuur. Zeker als je op een plek bent waar je ze niet zo makkelijk droogt. Na de wandeling door de plas liepen we verder naar de waterval. 

En het was een best wel vette waterval. Zeker omdat het juist zoveel geregend had. Het kwam met de nodige geweld naar beneden zetten wat mooi was. Na het maken van wat foto’s was het weer tijd om terug te lopen. We gingen vervolgens in een bar zitten en bestelden wat eten. Op het moment dat we het eten kregen ging er een kind een paar meter verderop uit het niets over haar nek. Dus snel mijn bordje eten gepakt want die zure lucht kan ik heel slecht handelen. Bas had er blijkbaar geen moeite mee en bleef binnen zitten.

We checkten nog even het weerbericht voor de volgende dag, want dan wilden we de Fitz Roy hike doen. Misschien wel de meest bekende hike van Patagonië. De voorspelling waren redelijk, want het zou waarschijnlijk droog blijven. Het idee was om de Fitz Roy te combineren met Laguna Cerro Torre, want in totaal een hiks van 30+ kilometers zou worden. 

’s Ochtends heel vroeg vertrokken we om halverwege de eerste hike de zonsopkomst te zien. Ik had me vergist in de tijd hoe laat de zon op kwam waardoor we een uur in de kou stonden te wachten voordat er een beetje kleur aan de horizon verscheen. Uiteindelijk gewacht tot de zon op was en we liepen direct door naar Fitz Roy, welke continu was verstopt achter een wolk. 

De hike zelf is niet zo pittig, alleen de laatste kilometer is wel ff werken, want dan stijg je 400 meter. Hoe hoger we kwamen des te kouder het werd waardoor het water naar beneden liep ook weleens vastvroor aan de stenen. Dat maakte het nog wat extra lastig. En Bas z’n knieën vonden het niet heel fijn natuurlijk.

Eenmaal boven, waar het aan het sneeuwen was, zagen we helaas niet de fameuze bergtoppen van de Fitz Roy. Ik denk dat we zo’n 30 minuten gewacht hebben, maar het leek er niet op snel te veranderen. Dus we besloten naar beneden te gaan, want we kregen het redelijk koud. Aangezien ik die nacht echt slecht geslapen had was ik best wel gaar en besloot ook om die andere hike niet meer te doen. 

Bas ging weer naar een bar toe. Ik ging eerst ff 2 uurtjes liggen. Die middag wat gechillt verder en de volgende ochtend gingen we met de bus naar El Calafate om vanaf daar een vliegtuig te pakken richting Peninsula Valdes. 

Peninsula Valdes

Met het vliegtuig kwamen we aan in Trelew, vanwaar we met een busje naar Puerto Madryn werden gebracht. Dit is voor de meeste toeristen de uitvalsbasis naar het schiereiland Valdes. De reden dat hier veel toeristen komen is omdat het een van de betere plekken in de wereld is om zeezoogdieren te spotten. 

Bij ons hostel huurden we een te dure auto, we waren vergeten de prijs van de te voren te vragen omdat andere backpackers er goede ervaringen mee hadden. Maar voor 70 euro per dag kregen we een super kale Renault Kangoo mee. De eerste dag met ons racemonster nog niet direct naar het schiereiland, maar naar Punta Tombo.

Punta Tombo is een minder bekende, maar achteraf een veel betere plek, om pinguïns te spotten dan Isla Magdalena. En het zijn wel lachen beesten die pinguïns. Het boeite ze helemaal niks dat er toeristen zijn, ze waggelen er zonder problemen tussendoor. Het waren er echt heel veel en hier kon je ze vanaf dichterbij zien. Daarnaast waren ze hier ook aan broeden maar waren er ook al een aantal uit het ei gekomen. Als je ooit een keer pinguïns wil zien: ga hierheen in plaats van Isla Magdalena.

Trouwens, dit deel van de wereld is platter dan Nederland. We reden 200 kilometer heen en terug zonder ook maar iets te zien. Geen bomen, geen verandering van landschap, de weg ging vaak gewoon rechtuit voor kilometers. Het is vlakker en saaier dan sommige stukken in Australië.

De volgende twee dagen waren bestemd voor het schiereiland. We pakten onze spullen en reden naar Puerto Piramides, een leuk dorpje op het schiereiland. Een dame in het informatiecentrum had ons aangeraden om direct een walvistour te doen, want het weer voor de dag erop leek niet heel goed te worden. We boekten daarom direct een tour en stapten op de boot.

Al heel vlot zagen we een aantal walvissen dicht bij de boot. Maar het hoogtepunt kwam toen we in een soort baai gingen liggen. Daar zag je walvissen op zo’n beetje iedere plek waar je keek. Zelfs een albino, althans het was een witte, walvis zwom iedere keer bij onze boot. Geprobeerd een beetje foto’s van die beesten te maken. Maar het is zo lastig dat ze niet ff aangeven wanneer ze uit het water komen.

Na de walvistour stapten we weer in onze rode Franse bolide en stuurden we hem naar Caleta Valdes. De eigenaar van het hostel had ons vaak op het hart gedrukt dat we niet te overmoedig moesten worden, want dagelijks zouden er twee auto’s rollen op het schiereiland. Want het zijn alleen maar gravelwegen daar. We dachten dat hij een beetje lulde, maar onderweg kwamen we toch al een Dacia tegen die een aantal keer gerold was. De mensen zaten ernaast en gaven aan in orde te zijn.

Aangekomen bij Caleta Valdes zagen we nog meer Penguïns, maar ook zeelolifanten en zeekoeien. Maar waar we eigenlijk op hoopten waren de orka’s. Het is een van de beste plekken ter wereld om ze te spotten. En ze waren op de plek waar we waren bijna elke dag gespot, maar wij zagen ze helaas niet. 

De dag erop reden we een rondje over het hele eiland. Als eerste reden we naar Punta Norte, wat bekend staat om de orka’s die daar het strand op komen om zeehonden te vangen, maar dat is in het voorjaar helaas. Daar zagen we eigenlijk dezelfde beesten als de dag ervoor. Daarna reden we wederom weer naar Caleta Valdes om te lunchen. Het was dit keer eb, dus we zouden sowieso geen orka’s zien, maar het was bijzonder om te zien hoe ver het water dan terugliep ten opzichte van vloed. 

Na de lunch reden we door naar Punta Delgada, maar voor een onbekende reden was dat gesloten, hing ook geen bordje of iets. Het hek was gewoon gesloten. Daarom vervolgde we onze we weg naar een roze zoutmeer. En daar begon het weer wat om te slaan. Dus het begon hard te waaien en uiteindelijk te regenen. Dus daar eindigde onze tour op Peninsula Valdes.

We reden terug naar het hostel en liepen vervolgens naar een duikschool toe om te informeren naar duiktrips van de dag erop. Maar door de harde wind waren er helemaal geen duiktrps ingepland. Dat was wel jammer, want het is naast Galapagos volgens mij de enige plek waar je kan duiken, of in ieder geval met deze zekerheid, met zeeleeuwen. Dan maar een keer een trip naar Galapagos inplannen, haha.

Verder was er niks meer te doen in Puerto Madryn en besloten we dat we verder gingen, maar dan wel een andere kant op. Bas z’n trip zat er bijna op en vloog daarom naar Buenos Aires en ik pakte een bus van 22 uur naar Cordoba. Het laatste maandje reizen was aangebroken. Ik had besloten om Bariloche te skippen om zo wat tijd te winnen waardoor ik waarschijnlijk zowel Salar de Uyuni als Iguazu Falls mee kan pakken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.