Fantastisch Flores

Na vier dagen op een boot gezeten moest ik serieus even wennen aan een vaste ondergrond. Het rare was dat ik me de hele tijd wat wiebelig voelde. Alsof ik nog de deining van de boot had. Apart gevoel. Ook voelde ik me ietwat misselijk. Dus een soort zeeziek sinds ik niet meer op zee was.

In Labuan Bajo, waar ik was aangekomen, zou ik gaan duiken. Want Komodo, zoals het nationale park heet, is een van de betere duikspots ter wereld volgens vele duikkenners. Dus dat moest ook maar eens ontdekt worden. Het is hier zo goed omdat er meerdere zeeën bij elkaar komen. Dit zorgt voor een enorm voedzame zee. Waardoor de vissen hier ook vaak groter zijn dan op andere plekken op de wereld.

De dag nadat we, Rene en ik, aan land kwamen deden we het rustig aan. Lekker relaxen. De dag erna zouden we gaan duiken. We gebruikten die dag om langs alle duikscholen te gaan en een geschikte te vinden om mee te duiken. Uiteindelijk kwamen we uit bij een nieuwe duikschool die pas drie weken geopend was. Het voordeel was dat we waarschijnlijk een privéboot zouden hebben omdat ze nog geen naam hebben en laagseizoen is. Daarnaast waren alle duikspullen nieuw.

De ochtend erna vroeg eruit. We bleken inderdaad een privéboot te hebben, nice! Twee man en een divemaster op een boot. Super relaxt. We gingen naar het drie duikspots in het centrum van het park. De eerste duik zou zijn op een plek waar we ook al gesnorkeld hadden tijdens onze boottrip: Manta Point.

Eenmaal begonnen aan de eerste duik duurde het nogal een tijdje voordat we daadwerkelijk iets gingen zien. Ik was bang dat helemaal niks zouden zien, terwijl we met snorkelen omgeven waren door manta’s. Maar uiteindelijk, toen ik het niet meer verwachtte, zwommen er ineens een paar gigantische manta’s onder ons door. Minimaal vier meter breed denk ik. Wat een apparaten! Heel vet! Uiteindelijk ook nog een whitetip reef shark gezien en een stuk of 5 manta’s.

Vasthouden aan de rotsen in de sterke stroming

De tweede duik is misschien nog wel mijn mooiste duik ooit. We gingen naar Batu Bolong. Dat is echt een levensgroot aquarium. Enorm kleurrijk en overal vis. En een enorme diversiteit aan vissen. Groot, klein, in alle kleuren, in groepen en alleen. Het koraal was werkelijk waar schitterend. Het enige jammere waren wederom de Chinezen. Met hun grote camera’s zwommen ze naar alles wat mooi was. Hadden handschoenen aan zodat ze het koraal vast kunnen pakken zonder dat het pijn doet. Die gasten slopen echt de hele oceaan! Alles voor die @!$%!@# foto van ze.

De derde duik was een drift dive. We worden op een plek gedropt in het water en door de stroming zouden we naar een andere plek gebracht worden. En daar werden we dan weer opgepikt. Wederom schitterend koraal. Enorm kleurrijk en gezond. We waren de enige die daar aan het duiken waren, dat maakt het altijd al mooier. Het duiken in een stroming is nog wel een sport van zichzelf. Het is altijd even zoeken naar de juiste balans. Maar wanneer je die hebt is het de meest luie vorm van duiken die er is. Het was genieten.

Direct na deze dag wisten we het zeker: er gaat een tweede duikdag aankomen. Rene had alleen last van hoofdpijn, dus we besloten een dag rust in te lassen tussen de duikdagen. Daarna zouden we naar het noorden van het park gaan om te duiken. Dat kwam mij ook wel lekker uit, want Ajax stond weer op het programma om 3 uur ’s nachts. Dat konden we kijken op groot scherm in het hostel. En anders moest ik om 7 uur alweer bij de duikschool zijn. En ik zag zowaar mijn eerste CL-wedstrijd van Ajax. Gelukkig wonnen we wederom. 

De dag dat we moesten duiken sliepen we beide door onze wekker heen. We werden wakker op het moment dat we bij de duikschool moesten zijn. We hadden ook onze shuttle bus gemist van het hostel, dus we moesten ook nog eens lopen. Oef, niet heel netjes. Hopen op wederom een privé boot, want dan hadden we met name onszelf ermee. Eenmaal op de plaats waar we hadden afgesproken stond daar ongeveer 10 man. Dat werd even 1000 maal excuses aanbieden. Al reageerde niemand geïrriteerd.

We voeren naar onze duikspots. Rene en kregen een haak en uitleg over een ‘negative entry’, oftewel we moesten zonder lucht in het vest te water en dan zo snel mogelijk naar de bodem zwemmen. Want de stroming is normaal onwijs sterk daar. Dan hadden we vervolgens de haak om aan een rots te bevestigen zodat we niet meegenomen zouden worden door de stroming. Klonk allemaal best wel spannend en had er ook wel zin in.

Eenmaal te water, ik draai me om, zwem direct naar de bodem. Bleek er helemaal geen stroming te zijn die dag, haha. Ach, in ieder geval een keer geoefend. Dat er geen stroming was maakte de duik wel heel mooi. Zagen best veel haaien. Daarnaast nog schildpadden en veel vissen gezien. Nu er geen stroming was kon ik daar rustig van genieten. Eenmaal boven na de duik gaf een andere divemaster aan dat hij mij een signaal probeerde te geven over mijn octopus. En zo heet je ademapparaat ook. Ik begreep hem al niet. Bleek dat ik zo beetje op een echte octopus zat zonder het te zien… 

De overige twee duiken waren soortgelijk met de eerste. Veel mooie koralen, veel vissen. Helaas geen haaien of andere grote zwemmende beesten gezien. Maar desalniettemin wederom schitterend. De dag erna ging ik het eiland verkennen per scooter. Rene ging een andere kant op omdat hij een visa-run moest doen naar Kuala Lumpur.

Roadtrip Flores

’s Ochtends deed ik het rustig aan, huurde een 125cc scooter en vertrok richting mijn eerste bestemming Ruteng. De weg was fantastisch. Eigenlijk alleen maar bochten in een groene omgeving. De wegen in Indonesië zijn een stuk smaller in Nederland. De auto’s passen net op hun weghelft. Onderweg trok het ineens dicht. Donkere wolken kwamen snel en ik zag dat het verderop alweer regende. Iets wat het hier heel vaak doet.

Ik ging nog snel naar een toeristische bezienswaardigheid: Spider Web Ricefields. Rijstvelden in de vorm van een spinnenweb, joh. Zulke bezienswaardigheden boeien me eigenlijk niet mega veel ben ik achter gekomen. Niet omdat het niet bijzonder is. Maar als je een rondje door Labuan Bajo loopt zie je al foto’s van de rijstvelden en dan kom je daar en blijkt het er inderdaad zo uit te zien. Het hele verrassingseffect is weg. Maar ik kon een vinkje zetten en ging door naar Ruteng waar ik zou overnachten.

Ruteng heeft verder niet veel te bieden. Ik kwam in een leeg hostel aan, ging wat eten en werd onderweg door verschrikkelijk veel kinderen aangesproken. Deze kinderen doen een opleiding gericht op toerisme en hebben vanuit school een opdracht gekregen met zoveel mogelijk toeristen te spreken. Ik was ongeveer de enige, dus werd omringt door kinderen die allemaal stuk voor stuk dezelfde vragen stelden. Toen ik ging eten bleven ze gewoon naast me zitten, haha. Om bewijs te hebben dat ze daadwerkelijk met iemand gesproken hadden moest ik iedereen mijn naam, nationaliteit en handtekening geven. Alsof ik een bekendheid was.

De volgende ochtend vroeg op pad, want door die mooie bochtige wegen ging het allemaal minder snel dan verwacht. Dus ik besloot om een lange dag op de scooter te maken. Zodat ik wat buffer had voor de terugweg. Want dan moet er een vlucht gehaald worden naar Australië. Ik reed die dag helemaal door naar het verste punt waar ik wilde zijn. Via een fantastische route. Van mooie rijstvelden, tot een soort jungle, een mooie kustlijn en actieve vulkanen kwam ik uiteindelijk aan in Moni. In totaal 350 kilometer allemaal bergweggetjes gereden. Kon amper meer zitten.

Die nacht stond ik om 4 uur op om Mount Kelimutu te beklimmen. Dat zou het allemaal waard zijn als ik daar met zonsopkomst zou zijn. Beklimmen is trouwens ook wel een groot woord. Het is een 20 minuten wandeling naar de top. Het meeste rijd je. Of je kan alles lopen, maar dan had ik er om twee uur uit gemoeten. En aangezien ik er om half 1 in ging, vond ik 4 uur vroeg zat.

Eenmaal op de top zag ik amper 3 meter. Heerlijke mist. Het was er ook nog eens heel koud. Uiteindelijk duurde het bijna twee uur voordat ik daadwerkelijk een zon of een meer ging zien. Want daarvoor zijn we deze vulkaan op gegaan. De drie schitterende meren in de kraters. Maar het was het wachten allemaal waard. Want het is echt heel mooi daarboven. Uiteindelijk heb ik er denk ik bijna 4 uur gezeten. Niet omdat er zoveel te zien is. Vooral omdat het zo mooi is.

Die dag vertrok ik op de scooter een stukje terug. Want Ajax speelde de bekerfinale, dus had een hostel gevonden met goede Wifi. Onderweg werd er nog even een slang van zeker twee meter van de weg af gehaald. Het begon wat te regenen, maar zetten gelukkig niet door. Die middag kwam ik aan in Ende. 

Toen ik daar wilde pinnen werd mijn pas ingeslikt. Lekker dan. Uiteindelijk gepind met mijn creditcard bij een andere bank. En daarna moest ik echt wat uurtjes de tijd doden. Want er is letterlijk niks te doen. Die avond ben ik uit verveling maar twee keer uit eten geweest. Afzien, haha. En ging ik op tijd mijn nest in. Wekkertje op 23.45 om Ajax te kijken. En niet voor niks. Eerste prijs in de pocket.

’s Ochtends ging ik naar de bank die mijn pas had ingeslikt. Het zou ongeveer vijf uur duren voordat iemand die pas eruit zou halen, want ze waren druk. Ik ging ervan uit dat ik dus nog een nachtje in het saaie stadje moest blijven, dat zou wel heel veel eten worden om de tijd te doden. Maar het viel alleszins mee. Met twee uur kwamen ze al aan met mijn pinpas. Nice! En nu snel door.

Het werd één van mijn mooiste en bijzonderste dagen van mijn reis tot nu toe. Ik had deze weg al grotendeels gereden, maar dan andersom, maar zo voelde het niet. Het was fantastisch rijden. Ik was onderweg naar een traditioneel dorp. Wel een toeristische, maar dan kreeg je inzicht in hoe veel lokalen in de bergen nog leven.

Maar ik kon op een bepaald moment niet goed de weg vinden. En er was een weg, de verkeerde kant op, maar die zag er wel goed uit. Dus ik dacht dat het misschien een nieuw aangelegde weg was naar het dorp. Ik reed de weg af en zag enkele minuten rijden ineens in de verte een heel typisch ouderwets dorpje. Een schitterend hout dorpje op de top van een berg tussen allemaal andere bergen. Echt een fantastisch gezicht. Google Maps kende de weg helemaal niet. En ik wist één ding zeker: dit is niet het dorpje wat ik zocht. 

Via een smal weggetje kon ik naar het dorpje toe. Ik twijfelde serieus of ik het moest doen. Weet ik veel hoe die gasten reageren als er ineens zo grote witte gast op een scootertje het dorpje binnen komt zetten met een grote rugtas. Uiteindelijk toch maar heen gegaan. En de eerste beste man die ik zag was zo vrolijk. Sprak natuurlijk geen Engels. Maar ik probeerde met handgebaren te vragen of het goed was of ik verder mocht. Ik begreep dat het geen probleem was. Dus ik parkeerde de scooter en liep verder.

Het was een heel klein dorpje. Heel schoon en rustig. Er kwamen wat kinderen aangesneld. En ik keek rustig even rond. Ik had voor het eerst het gevoel echt iets ontdekt te hebben. Al was dat natuurlijk niet zo. Want zo ver was ik nou ook weer niet van de geasfalteerde weg, maar toch. Er zaten een paar vrouwen voor een huis. Eentje leek echt op een heks. Ze waren op iets roods aan het kauwen, waardoor de monden helemaal rood waren. 

Ineens bedacht ik me dat ik toevallig net koekjes had gekocht. Dus die haalde ik op en deelde ik uit aan de kinderen. Het bleek niet de bedoeling dat alleen kinderen koekjes zouden krijgen. Dus ook de ouderen en de heks wilden een koekje. Prima joh. Communiceren zat er verder niet in. Ik bleef daar ongeveer nog 20 minuten hangen en maakte wat foto’s voordat ik weer terugging. Opzoek naar het dorpje waar ik moest zijn. Ze maakte me met handgebaren duidelijk waar ik ongeveer heen moest.

Half uur later kwam ik dan uiteindelijk aan bij het dorpje genaamd Bena. En het leek redelijk hetzelfde als waar ik eerder was, maar inderdaad klaar gemaakt voor toeristen. Neemt niet weg dat er bijna geen toeristen waren. Op de lijst waar ik mijn gegevens op moest schrijven stonden ook maar iets van 20 namen voor die dag. Het dorp was wat groter dan het andere dorp. Maar alsnog heel mooi. 

De dag erop zou ik wederom naar Ruteng rijden. Eerst even stoppen in het dorp Aimere, dat bekent staat om het maken van Arak. Palm Wijn zoals ze het noemen. Goedkope bocht wat ze hier maken. Dat stoken ze in dat dorp allemaal zelf. Dus vroeg locals waar ik heen moest en kwam in een achtertuin van iemand terecht. Daar zaten twee kinderen Arak te stoken. Op tafel lagen 3 mensen en een geweer. De messen kon ik inkomen. Het geweer wat minder. 

Ik keek wat rond en kocht uiteindelijk een kleine fles Arak, want vond dat ik dat wel moest doen nadat ik daar ongevraagd aan kwam zetten. Daarna vervolgde ik mijn weg naar Ruteng. Het tempo gooide ik wat omhoog, omdat de weg echt genieten was om te rijden. Dus was vrij vlot in Ruteng. Besloten, omdat daar niks te doen is, maar door te rijden naar Labuan Bajo. Dus even lunch gehad in Ruteng. Wederom 40 kinderen te woord gestaan die hun Engels wilden oefenen. 

Google Maps zei dat het drieënhalf uur zou duren om terug te komen. Ik dacht van niet. Dus ik reed in iets meer dan tweeënhalf uur terug. Kon geen houding meer aannemen op de motor. Mijn kont deed zo zeer! Maar het was wel echt een fantastische trip over Flores heen. 

Het is een bijzonder eiland qua weer. Op een dag kon ik letterlijk verbranden omdat het 30+ graden is. Drie keer in de mist en regen rijden en aankomen op een bestemming en een lange broek en trui aan moeten. Het is daarom wel gigantisch groen hier. Het gras lijkt hier letterlijk groener dan in Nederland. De wegen rijden fantastisch en ik zou hier graag nog een keer terugkomen om ook wat vulkanen te beklimmen. Het is nog vrij onaangetast.

Dat gaat wel veranderen in de nabije toekomst omdat iemand mij kon vertellen dat Flores, Labuan Bajo in het bijzonder, een van de vier toeristische ontwikkelingsgebieden is van de overheid. En in Labuan Bajo zijn ze al flink aan het bouwen is en de eerste Starbucks bijna af. Dus ik ben blij dat ik in ieder geval nu al hier ben geweest.

Nu op naar Australië. Happy days!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

2 reacties