Duiken rondom het eiland Cebu

Jaa, daar was ik dan eindelijk in dit tropische land. Vanuit het vliegveld ging ik naar met een taxi naar mijn hostel Mad Monkeys. Dat is een hostelketen die bekend staat als partyhostel. Hier zou ik maar één nacht verblijven, maar dan had ik in ieder geval wat gezelligheid om mij heen. 

Aangekomen in het hostel was ik aardig gesloopt van de nacht reizen. Want slapen is niet mijn specialiteit tijdens het reizen. Dus ik dook eerst mijn nest in voor een powernap. Beetje bijgeslapen en wel wilde ik wel wat van de stad zien. Dus ik pakte mijn camera, statief en stopte deze in mijn rugtas. Ik wilde het hostel verlaten voordat een meid bij de receptie mij terugriep. Dat was niet de bedoeling.

Ze maakte me vervolgens heel duidelijk dat je zo min mogelijk waardevolle spullen mee moet nemen als je de straat op gaat. En zeker geen rugtas. Ik moest enorm waakzaam zijn en ook in het hostel moet ik alles van waarde in een kluis stoppen. Dus mijn horloge moest ik af doen, camera in de kluis en enkel mijn mobiel ging mee. Een lekker begin als je een stad wilt verkennen.

Ik voelde me ook voor de eerste keer niet op mijn gemak. Cebu is de tweede stad (stad en eiland hebben dezelfde naam) van de Filipijnen. Een stuk veiliger dan Manila, maar nog steeds behoorlijk crimineel blijkbaar. Iedereen staarde me 5 tot 10 seconden aan. Overal bewaking. En er is daarnaast ook niet veel om te zien. Wat gebouwen bezocht die de Spanjaarden hier hebben neer gezet in de 300 jaar dat ze hier de macht hadden.

Na een korte ronde maar weer teruggegaan naar het hostel, die een goede bar heeft. Dus dat was gewoon de beste plek om te zijn in Cebu. De avond mijzelf vermaakt met veel potjes beerpong. Uiteindelijk werd het niet heel laat, gelukkig. Dit kwam mede omdat als je een drankje dronk met je rechterhand moet je hem atten. Super chill met vier net nieuw gekochte wodka-cola. 

De volgende ging ik dan écht naar een tropisch eiland genaamd Malapascua. Het is een duikerseiland. Want het is echt heel klein, maar het heeft wat bekende en goede duikspots. En mooie stranden. Aangekomen op het eiland wat rondgelopen en wat duikscholen aangesproken om uiteindelijk twee duiken te boeken voor de dag erna. Twee makkelijke duiken, want het was drie maanden geleden en het werden mijn eerste echte duiken.

’s Ochtends vertrokken we met een boot naar onze eerste duikspot. Het was een mooie duik met veel koraal, niet veel vis. Eenmaal terug op de boot konden we nog snorkelen. Gingen we naar een strand om wat te frisbeeën. En hadden we een lunch. De tweede duik was soortgelijk aan de eerste. Ik voelde me vertrouwd in het water, dus ik wilde de volgende dag naar een bekende duikspot: Gato Island.


Gato Island staat bekend om twee dingen. Allereerst is daar een grot door het eiland heen waar je de kans hebt om haaien te zien. De Whitetip Reefsharks.  De eerste duik gingen we om het eiland heen en was het koraal al veel mooier dan de eerste dag. We spotte nog wat zeepaardjes en andere vissen waar ik de naam allemaal niet van weet. 

Maar na onze lunch kwam duik twee: de grot en mogelijk de haaien. Jaaa, hoop zo graag haaien te zien. We gingen het water in. Gelukkig waren we de eerste groep op dat moment die de grot in ging. En we waren amper in de grot toen de eerste haai ons al tegemoet zwom. JAAAAAAAAA hoe vet!! De haai draaide zich snel om en wij zwommen achter hem aan. En toen konden we het einde van de grot zien. En daar zwommen gewoon een stuk of 3 a 4 haaien. De setting was zo mooi want wij verbleven in de grot en zagen de haaien zwemmen in het licht van de zon. En ze bleven ook een tijdje hangen!

Toen we de haaien niet meer zagen zwommen we naar buiten en daar hadden we het geluk om nog een andere haai te zien. De duik was natuurlijk allang geslaagd maar we hadden gelukkig nog een genoeg lucht over om best wat tijd te duiken. Behalve mijn buddy, die was al vrij snel door haar lucht heen. Maar zij mocht gelukkig met een van onze twee divemasters meer naar boven. Wij blijven beneden.

Het was sowieso een drama buddy. Het allereerste wat ze deed in het water was ver voor de divemaster uit gaan zwemmen. Daarnaast ramde ze met haar vinnen bijna drie keer de regulator uit mijn mond. Ze vond het leuk om vlak boven me te gaan zwemmen terwijl ik vrij laag boven de rotsen zwom met zee-egels. Dus het was best prima dat ze naar boven moest.

Maar wat een ervaring. En dat op mijn vierde officiële duik. Denk niet dat veel dat kunnen zeggen, haha. En er komen nog zoveel duiken aan in de Filipijnen. Niet in Malapascua, want daar had ik er nog één op de planning staan. Op nieuw op zoek naar haaien. Ditmaal de Tresher Sharks. Supermooie haaien die zich in die regio veel bevinden. Maar de laatste tijd vaak gemist worden tijdens een duik. Fingers crossed dus.

Ik moest om half 5 ’s ochtends bij de duikschool zijn. Want er moest vroeg vertrokken worden. Op de boot waren ook al enkele duikers die dagen ervoor deze duik hadden gedaan, maar zonder succes. 

Eenmaal te water gingen we naar iets minder dan 30 meter diep. Het is gevoelsmatig niet echt duiken, want je gaat met z’n allen naast elkaar zitten en wachten of je wat ziet. Als je niks ziet is het ook direct een verschrikkelijke duik. Maar ik had wederom geluk! Het zicht was niet top, maar we zagen een stuk of 5 á 6 haaien. Eentje kwam gelukkig nog wat dichterbij zodat we ‘m goed konden zien. Lucky again! 

Na deze duik bleef ik nog een extra dag in Malapascua, want ik kwam immers naar de Filipijnen om te chillen. Deze dag ging ik met een Israëliër die ik ontmoet had ik het hostel naar Kalanggaman Island. Een heel tropisch eilandje waar verder niet veel te doen is, maar gewoon chill. Echter zat het weer niet helemaal mee en was het bewolkt en soms zelf regende het iets. 

We ontmoette wel een Zwitserse meid en nog een Zweeds stel die net als de Israëliër en ik naar Moalboal wilde de dag erna. Dus we besloten om een privébusje te huren. Scheelde niet veel in geld, maar wel in tijd. Dat kwam mooi uit.

In Moalboal aangekomen gingen Adam, de Israëliër, en ik naar een duikschool om gelijk een duik voor de dag erna te boeken. De bekendste duik in Moalboal is met de vele sardientjes: de ‘Sardine Run’. Zwemmen tussen duizenden en duizenden van deze vissen. Die duik wilde ik graag doen, maar het bleek er ook spotgoedkoop te zijn. Dus boekte gelijk twee andere duiken die dag.

De eerste duik was bij Pescador Island. Een driftdive. Oftewel, we werden op één plek gedropt en we werden door de stroming naar de andere kant van het eiland gebracht. Een leuke en aparte ervaring. Mooi koraal en vissen gezien. Helaas geen grote jongens zoals haaien en walvishaaien, die daar af en toe gespot worden. 

De tweede duik was langs een diepe wand in het water. We zagen een paar gigantische schildpadden. Wederom veel vissen en koraal waar ik de namen niet van weet, maar wederom een mooie duik. Ook merk ik elke duik steeds relaxter en gecontroleerder in het water te liggen. Op naar de sardientjes van duik drie.

Vanaf de kant gingen we het water in. Want ze zitten echt dicht bij de kant. Een hele gave ervaring om tussen zoveel vissen te zwemmen. Als je eronder zwom werd het echt ineens een stuk donkerder omdat ze alle licht wegnamen. Op een gegeven moment zaten ze echt overal. Onder, boven en rondom. 

Sardine run

De dag erna gingen was het tijd om van watervallen af te springen. Een bekende activiteit in Moalboal. Adam had een tour geboekt voor hem, de Zwitserse en mijzelf. Maar dat bleek ook echt een Israëlische tour te zijn. En mijn Hebreeuws is wat roestig en de mensen waren niet heel chill, dus het was qua groep niet de beste tour. Maar heb me toch machtig goed vermaakt.

De hoogtes van watervallen bouwt zich op van 4, 5, 8 tot en met 10 en 12 meter. Je loopt vanaf de top van de waterval helemaal naar beneden waar je onderaan ook nog de Kawassan waterval bezoekt. 

De laatste dag in Moalboal ben ik in mijn eentje een beetje rond gaat toeren op een scooter. Ik nam de kortste route naar Casino Peak. Een niet heel bekende viewpoint. En ik kwam erachter dat het een reden had dat Google Maps me per se over een andere weg wilde laten rijden. Ik moest met m’n scootertje over één beroerdste wegen waar ik ooit gereden had. Kwam af en toe bijna niet boven. Was bang om lek te rijden, want het waren alleen maar keien. Maar als ik om mij heen keek was het dan wel weer schitterend.

Die beroerde weg duurde ongeveer 15 kilometer. Daarna kon ik gelukkig weer relaxt toeren naar Casino Peak. In Bohol, een ander eiland in de Filipijnen, heb je de cholocate hills. Dat zijn mooie stompe heuvels. Hetzelfde zicht had ik bij Casino Peak, maar dan zonder toeristen. Was op een lokale na de enige daar. 

Dag erna was het tijd om naar de bestemming te gaan waar ik nu zit: Siquijor. Vooral om te chillen. En dat kan hier prima. Want allemachtig, dit is echt het hostel met de ALLERBESTE locatie ooit. Ik zit letterlijk op een wit strand. Check hieronder.

JJ’s Backpackers village

Dit hostel heeft geen website, is niet te vinden op booking.com of Hostelworld. Maar is elke dag volgeboekt. Gelukkig werd ik getipt door iemand in Moalboal om dit hostel te boeken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

1 reactie